Food en Nutrition sector staat weer op de kaart in Europa
Innovatiemakelaars die moeiteloos schakelen tussen het bedrijfsleven, wetenschap en beleid. Dat is een van de geheimen van het succesvolle programma Food en Nutrition Delta (FND) dat de komende vier jaar wordt gecontinueerd en 60 miljoen euro ontvangt van Economische Zaken.
Kennisinstellingen uit Groningen, Wageningen, Maastricht en TNO werken samen met de top innoverende bedrijven uit Nederland in het zogenoemde Topinstituut Food & Nutrition. Onderzoek is gericht op het ontwikkelen van levensmiddelen die bijdragen aan het voorkomen van hart- en vaatziekten, het terugdringen van obesitas en het gezonder ouder worden. Door vervolgens kennis vraaggestuurd te koppelen aan bedrijven in het FND-programma, kan de voedingsindustrie meer en sneller innoveren. Sinds de start van het innovatieprogramma F&N in 2006 draaien meer dan 300 bedrijven mee, waarvan bijna 90 procent afkomstig is uit het MKB. Voor programmadirecteur Kees de Gooijer voldoende bewijs dat juist gerichte instrumenten die het MKB steeds een innovatieve stap vooruit helpen, zeer effectief zijn.
Innovatiemakelaar als spin in het web
Aan het programma zijn zes innovatiemakelaars verbonden met diverse achtergronden, met allemaal gemiddeld 30 jaar ervaring in specifieke domeinen én een schat aan contacten in het bedrijfsleven. Ze schakelen daardoor moeiteloos tussen het bedrijfsleven, wetenschap en beleid. Zo helpen zij de schat aan kennis en ervaring in de Nederlandse kennisinfrastructuur en industrie beter te benutten en verwaarden, vertelt De Gooijer.
Het werkt als volgt: als een ondernemer de hulp inroept van FND, onderzoekt de innovatiemakelaar eerst de technische uitdaging en de haalbaarheid. Het idee moet immers wel innovatief zijn. De makelaar brengt de ondernemer in contact met waardevolle partners: andere bedrijven of een kennisinstelling. Een projectplan schrijft de ondernemer vervolgens zelf. Zo nodig kan een ondernemer ook een beroep doen op een van de FND-instrumenten om het innovatietraject te ondersteunen.
De projecten binnen FND zijn divers, maar relatief veel zijn gericht op gezondheid. Zo ondersteunt FND bijvoorbeeld een project van VION, FrieslandCampina en NIZO Food Research om te onderzoeken of kaas- en vleesproducten met 30 tot 40 procent minder zout kunnen, zonder smaakverlies.
Ook processing zien we vrij veel, bijvoorbeeld hergebruik van restproducten. Een interessant voorbeeldproject is van de grootste geitenkaasboerderij van ons land: Amalthea van Dijk. Het bedrijf wilde onderzoeken of het commercieel interessant is om iets te doen met het restproduct wei. De Gooijer: “Een van onze makelaars kwam met een contact uit Gent, België. Daar bleek een universiteitsmedewerker al jaren te werken aan geitenwei. Omwille van de snelheid hebben we besloten niet zelf het wiel uit te vinden, maar de kennis uit België te halen. Dat is een belangrijk leerpunt in de afgelopen periode: focus niet alleen maar op intellectueel eigendom, maar ‘time to market’ en het businessmodel zijn minstens zo belangrijk.”
Meest innovatieve regio
Bij de start van het programma was het doel om Nederland tot de meest leidende en meest innovatieve Food en Nutrition regio van Europa te maken. Om dat te bereiken werden ondernemers financieel ondersteund en in contact gebracht met een uitgebreid netwerk. “Nederland is goed in voedsel. Dat waren we altijd al, maar nu staan we op innovatief vlak ook weer op de kaart”, stelt De Gooijer. “We hebben de afgelopen jaren delegaties ontvangen uit Spanje, Ierland, Duitsland en Denemarken.”
Hij merkte dat bezoekers vooral onder de indruk zijn van de samenwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven. “De projectorganisatie zit nu bij het Topinstituut in hetzelfde gebouw in Wageningen. Daarnaast hebben we een systeem ingericht zodat ideeën uit de wetenschappelijke wereld beschikbaar komen voor bedrijven. Ook hebben we een portfolio met projecten uit bedrijven samengesteld. De komende tijd willen we deze kritisch doornemen en koppelen aan het Topinstituut.”
Dicht op de ondernemer
De ambitie voor de komende periode is om nog dichter op ondernemers te zitten, en ze nog meer te prikkelen voor innovatie. De Gooijer: “We zoeken het vooral in verdieping van de contacten. Dus na een haalbaarheidsstudie proberen tot een concreet project te komen. Belangrijk is dat we altijd goed benaderbaar zijn voor ondernemers. Meteen terugbellen als een ondernemer je heeft gebeld, dat soort dingen. Dit jaar hebben we voor het eerst jaarverslagen gemaakt. Geen lijvige boekwerken, maar letterlijk afgedrukt op een bierviltje. Op de ene kant de terugkoppeling van het jaar, op de andere kant de plannen voor het komend jaar. Ook in onze communicatie willen we direct aansluiten bij de ondernemers, dat doen we kort en krachtig.”
Agendaberichten
geen agenda entries
