Agentschap NL

NL Innovatie

Vruchtbare samenwerking tussen kenniswerkers

De kenniswerkersregeling was een uitkomst voor ruim 2000 onderzoekers uit het bedrijfsleven die door de crisis hun baan dreigden kwijt te raken. Maar ook voor de kennisinstellingen werpt de regeling vruchten af. “Op de universiteit loop je het gevaar om het praktische nut uit het oog te verliezen.”

Peter Baltus, hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven op het gebied van hoogfrequente elektronica, elektronica die wordt gebruikt in zenders en ontvangers van mobiele telefoons, radio’s en televisies. Hij was betrokken bij 5 subsidieaanvragen in het kader van de kenniswerkersregeling.

De universiteit Eindhoven heeft zich sterk gemaakt voor het invoeren van de kenniswerkersregeling. Waarom vinden jullie deze regeling belangrijk?
“Steeds als er een crisis is, raken veel onderzoekers in het bedrijfsleven hun baan kwijt. Vaak zoeken zij dan hun heil in een ander vakgebied en komen ze niet meer terug. In onze regio met belangrijke r&d-bedrijven als ASML, Philips en NXP zien we dat elke keer gebeuren. Door de kenniswerkersregeling kunnen meer onderzoekers hun baan houden doordat ze anderhalf jaar worden ‘uitgeleend’ aan een kennisinstelling. Bedrijven kunnen de crisis zo zelfs sterker uitkomen dan ze erin zijn gegaan. Ze hebben nu eindelijk eens tijd hebben om na te denken over innovatie op de langere termijn.”

Wat is het voordeel voor de universiteit?
“Voor ons is het een kans om eens rustig te kijken of de ideeën en technologieën die wij ontwikkelen toepasbaar zijn in het bedrijfsleven. Natuurlijk hebben we altijd contact met bedrijven, maar zo’n periode van intensief samenwerken levert meer op dan af en toe een bezoekje.”

Welke rol speelt u zelf?
“In een vroeg stadium ben ik gaan nadenken over leuke projecten. Toen de regeling rond was, heb ik meteen bedrijven benaderd. Ik kom zelf uit het bedrijfsleven dus de lijnen zijn kort. Uiteindelijk heb ik aan 5 subsidieaanvragen meegewerkt waarvan er 3 zijn toegekend, alle op het gebied van mobiele telefonie. In totaal werken er nu 49 onderzoekers uit het bedrijfsleven aan deze projecten.

De kenniswerkersregeling loopt tot eind dit jaar. Is anderhalf jaar wel lang genoeg?
“Het is kort, eigenlijk te kort om een nieuwe technologie te ontwikkelen. Ik merk dat de economie weer aantrekt, de onderzoekers zullen straks weer in hun bedrijf aan de slag kunnen. De resultaten van de projecten zijn echter veelbelovend, we gaan zeker proberen ze te verlengen.”

Dusan Milosevic, universitair docent bij de Technische Universiteit Eindhoven. Hij begeleidt vanuit de TU het project 3gsip. Dit is een van de 3 projecten waarvoor professor Baltus, samen met het bedrijfsleven, subsidie kreeg vanuit de kenniswerkersregeling. Professor Baltus volgt het project nu meer op afstand, Milosevic werkt er dagelijks aan.

Wat is de winst van de kenniswerkersregeling?
“Op de universiteit loop je het gevaar om het praktische nut uit het oog te verliezen. Door de kenniswerkersregeling werken we intensief samen met bedrijven en leren we de randvoorwaarden die de industrie stelt om een technologie commercieel tot een succes te kunnen maken, beter kennen. Bijvoorbeeld: Hoe duur mag het zijn? Hoeveel stroom mag het verbruiken? Wat mogen de maximale afmetingen zijn?”

Wat is het doel van het project?
“We proberen een vermogensversterker te bouwen met een nieuwe technologie, namelijk de CMOS technologie in plaats van de Gallium-Arsenide technologie die nu gebruikt wordt. Met de nieuwe technologie kunnen we veel kleinere en goedkopere vermogensversterkers bouwen. Deze kunnen gebruikt worden voor de derde generatie mobiele telefoons waarmee je bijvoorbeeld kan internetten en tv kijken. We werken samen met het bedrijf Radio Semiconductor Corporation(RSC).”

Hoe verloopt de samenwerking met de mensen van RSC?
“Heel goed. We spreken dezelfde technische taal. En vanuit mijn stage kende ik een deel van de mensen al. Het is een klein wereldje. Ik vind het erg leuk en inspirerend om met hen samen te werken en volgens mij zijn de mensen van RSC ook heel enthousiast. Zij hebben eindelijk eens tijd om hun wetenschappelijke interesse uit te leven.”
 

Agendaberichten

geen agenda entries