sluiten
Food en Nutrition sector staat weer op de kaart in Europa
 

Innovatiemakelaars die moeiteloos schakelen tussen het bedrijfsleven, wetenschap en beleid. Dat is een van de geheimen van het succesvolle programma Food en Nutrition Delta (FND) dat de komende vier jaar wordt gecontinueerd en 60 miljoen euro ontvangt van Economische Zaken.

Kennisinstellingen uit Groningen, Wageningen, Maastricht en TNO werken samen met de top innoverende bedrijven uit Nederland in het zogenoemde Topinstituut Food & Nutrition. Onderzoek is gericht op het ontwikkelen van levensmiddelen die bijdragen aan het voorkomen van hart- en vaatziekten, het terugdringen van obesitas en het gezonder ouder worden. Door vervolgens kennis vraaggestuurd te koppelen aan bedrijven in het FND-programma, kan de voedingsindustrie meer en sneller innoveren. Sinds de start van het innovatieprogramma F&N in 2006 draaien meer dan 300 bedrijven mee, waarvan bijna 90 procent afkomstig is uit het MKB. Voor programmadirecteur Kees de Gooijer voldoende bewijs dat juist gerichte instrumenten die het MKB steeds een innovatieve stap vooruit helpen, zeer effectief zijn.

Innovatiemakelaar als spin in het web
Aan het programma zijn zes innovatiemakelaars verbonden met diverse achtergronden, met allemaal gemiddeld 30 jaar ervaring in specifieke domeinen én een schat aan contacten in het bedrijfsleven. Ze schakelen daardoor moeiteloos tussen het bedrijfsleven, wetenschap en beleid. Zo helpen zij de schat aan kennis en ervaring in de Nederlandse kennisinfrastructuur en industrie beter te benutten en verwaarden, vertelt De Gooijer.

Het werkt als volgt: als een ondernemer de hulp inroept van FND, onderzoekt de innovatiemakelaar eerst de technische uitdaging en de haalbaarheid. Het idee moet immers wel innovatief zijn. De makelaar brengt de ondernemer in contact met waardevolle partners: andere bedrijven of een kennisinstelling. Een projectplan schrijft de ondernemer vervolgens zelf. Zo nodig kan een ondernemer ook een beroep doen op een van de FND-instrumenten om het innovatietraject te ondersteunen.

De projecten binnen FND zijn divers, maar relatief veel zijn gericht op gezondheid. Zo ondersteunt FND bijvoorbeeld een project van VION, FrieslandCampina en NIZO Food Research om te onderzoeken of kaas- en vleesproducten met 30 tot 40 procent minder zout kunnen, zonder smaakverlies.

Ook processing zien we vrij veel, bijvoorbeeld hergebruik van restproducten. Een interessant voorbeeldproject is van de grootste geitenkaasboerderij van ons land: Amalthea van Dijk. Het bedrijf wilde onderzoeken of het commercieel interessant is om iets te doen met het restproduct wei. De Gooijer: “Een van onze makelaars kwam met een contact uit Gent, België. Daar bleek een universiteitsmedewerker al jaren te werken aan geitenwei. Omwille van de snelheid hebben we besloten niet zelf het wiel uit te vinden, maar de kennis uit België te halen. Dat is een belangrijk leerpunt in de afgelopen periode: focus niet alleen maar op intellectueel eigendom, maar ‘time to market’ en het businessmodel zijn minstens zo belangrijk.”

Meest innovatieve regio
Bij de start van het programma was het doel om Nederland tot de meest leidende en meest innovatieve Food en Nutrition regio van Europa te maken. Om dat te bereiken werden ondernemers financieel ondersteund en in contact gebracht met een uitgebreid netwerk. “Nederland is goed in voedsel. Dat waren we altijd al, maar nu staan we op innovatief vlak ook weer op de kaart”, stelt De Gooijer. “We hebben de afgelopen jaren delegaties ontvangen uit Spanje, Ierland, Duitsland en Denemarken.”

Hij merkte dat bezoekers vooral onder de indruk zijn van de samenwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven. “De projectorganisatie zit nu bij het Topinstituut in hetzelfde gebouw in Wageningen. Daarnaast hebben we een systeem ingericht zodat ideeën uit de wetenschappelijke wereld beschikbaar komen voor bedrijven. Ook hebben we een portfolio met projecten uit bedrijven samengesteld. De komende tijd willen we deze kritisch doornemen en koppelen aan het Topinstituut.”

Dicht op de ondernemer
De ambitie voor de komende periode is om nog dichter op ondernemers te zitten, en ze nog meer te prikkelen voor innovatie. De Gooijer: “We zoeken het vooral in verdieping van de contacten. Dus na een haalbaarheidsstudie proberen tot een concreet project te komen. Belangrijk is dat we altijd goed benaderbaar zijn voor ondernemers. Meteen terugbellen als een ondernemer je heeft gebeld, dat soort dingen. Dit jaar hebben we voor het eerst jaarverslagen gemaakt. Geen lijvige boekwerken, maar letterlijk afgedrukt op een bierviltje. Op de ene kant de terugkoppeling van het jaar, op de andere kant de plannen voor het komend jaar. Ook in onze communicatie willen we direct aansluiten bij de ondernemers, dat doen we kort en krachtig.”
 

 
 
 
Robuuste vuilniswagen klaar voor subtiele make-over
 

Uiterlijk blijft de vuilniswagen onveranderd, maar aan de herrie en walm van uitlaatgassen komt een eind. Gemco E-trucks uit Eindhoven ontwikkelt een hybride vuilniswagen die muisstil door de straten rolt en daarmee geschikt wordt voor nachtdiensten.

“Bestaande vuilniswagens hebben maar liefst een liter diesel nodig om een kilometer te rijden, met enorme uitstoot tot gevolg”, aldus program manager van Gemco E-trucks Michael van Rijen. Dat wordt veroorzaakt door het vele afremmen en optrekken van dit loodzware voertuig van vijfentwintig ton. Met een geavanceerd ontwerp denkt Gemco E-trucks de uitstoot terug te kunnen dringen met 30 procent.

Volledig op elektriciteit
Er zijn wel soortgelijke projecten, vertelt Van Rijen. Maar concurrenten waagden zich nog niet aan een plug-in seriehybride vuilniswagen die 20 aaneengesloten kilometers volledig op elektriciteit kan rijden. “We bewandelen nieuwe wegen en gebruiken technische componenten die (deels) nog niet bestaan, of nooit hebben samengewerkt. Overige kilometers rijdt de wagen met een viercilinder dieselmotor, voor dit type trucks een ongekend kleine motor.”

Nachtshift vuilophaal
Amsterdam wordt de eerste doelgemeente. Van Rijen: “Amsterdam heeft blackspots, waar de luchtkwaliteit erg slecht is. Met onze vuilniswagen kun je ervoor kiezen om in die gebieden elektrisch te rijden.” Gemco E-trucks wil de hybride motor in samenwerking met partner TNO koppelen aan een GPS-systeem, dat de vuilniswagen automatisch laat wisselen tussen accu en dieselmotor. Verder wordt het ontwerp van Gemco E-trucks muisstil. Program manager Van Rijen: “Het leegkieperen van reguliere containers tettert als vanouds, maar de inname van plastic afval of gft zou best met een nachtshift kunnen.”

Halfjaar voor aandachtspunten
De vuilniswagen van de toekomst zal volgens Van Rijen er niet heel anders uitzien. “Er is wat ruimte nodig voor de techniek, dus her en der zullen er wat extra hoeken en gaten zijn. Misschien overdrijven we dat zelfs, om de wagen wat meer te laten opvallen.” Het verfijnen van het ontwerp zal nog zeker een halfjaar duren. “Er zijn nog verschillende aandachtspunten. Het voertuig moet bijvoorbeeld ook tegen een hogedrukspuit kunnen.”

Ook andere voertuigen
De E-trucksdivisie van Gemco Mobile Systems B.V. uit Eindhoven ontwerpt en maakt toepassingen en prototypen voor elektrisch zwaar vervoer. E-trucks ontving, samen met een consortium met onder andere TNO en DAF Trucks, dit jaar € 578.000 euro vanuit innovatieprogramma HTAS (High Tech Automotive Systems) om een plug-in hybride vuilniswagen te ontwerpen. NL Innovatie wil met dergelijke financiële injecties de ontwikkeling van Nederlandse elektrische voertuigen, componenten en onderdelen stimuleren, en zo een betere internationale uitgangspositie verwerven. Gemco E-trucks hoopt de techniek van het prototype vuilniswagen ook te gebruiken bij andere zware (distributie)voertuigen.
 

 
 
 
Vruchtbare samenwerking tussen kenniswerkers
 

De kenniswerkersregeling was een uitkomst voor ruim 2000 onderzoekers uit het bedrijfsleven die door de crisis hun baan dreigden kwijt te raken. Maar ook voor de kennisinstellingen werpt de regeling vruchten af. “Op de universiteit loop je het gevaar om het praktische nut uit het oog te verliezen.”

Peter Baltus, hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven op het gebied van hoogfrequente elektronica, elektronica die wordt gebruikt in zenders en ontvangers van mobiele telefoons, radio’s en televisies. Hij was betrokken bij 5 subsidieaanvragen in het kader van de kenniswerkersregeling.

De universiteit Eindhoven heeft zich sterk gemaakt voor het invoeren van de kenniswerkersregeling. Waarom vinden jullie deze regeling belangrijk?
“Steeds als er een crisis is, raken veel onderzoekers in het bedrijfsleven hun baan kwijt. Vaak zoeken zij dan hun heil in een ander vakgebied en komen ze niet meer terug. In onze regio met belangrijke r&d-bedrijven als ASML, Philips en NXP zien we dat elke keer gebeuren. Door de kenniswerkersregeling kunnen meer onderzoekers hun baan houden doordat ze anderhalf jaar worden ‘uitgeleend’ aan een kennisinstelling. Bedrijven kunnen de crisis zo zelfs sterker uitkomen dan ze erin zijn gegaan. Ze hebben nu eindelijk eens tijd hebben om na te denken over innovatie op de langere termijn.”

Wat is het voordeel voor de universiteit?
“Voor ons is het een kans om eens rustig te kijken of de ideeën en technologieën die wij ontwikkelen toepasbaar zijn in het bedrijfsleven. Natuurlijk hebben we altijd contact met bedrijven, maar zo’n periode van intensief samenwerken levert meer op dan af en toe een bezoekje.”

Welke rol speelt u zelf?
“In een vroeg stadium ben ik gaan nadenken over leuke projecten. Toen de regeling rond was, heb ik meteen bedrijven benaderd. Ik kom zelf uit het bedrijfsleven dus de lijnen zijn kort. Uiteindelijk heb ik aan 5 subsidieaanvragen meegewerkt waarvan er 3 zijn toegekend, alle op het gebied van mobiele telefonie. In totaal werken er nu 49 onderzoekers uit het bedrijfsleven aan deze projecten.

De kenniswerkersregeling loopt tot eind dit jaar. Is anderhalf jaar wel lang genoeg?
“Het is kort, eigenlijk te kort om een nieuwe technologie te ontwikkelen. Ik merk dat de economie weer aantrekt, de onderzoekers zullen straks weer in hun bedrijf aan de slag kunnen. De resultaten van de projecten zijn echter veelbelovend, we gaan zeker proberen ze te verlengen.”

Dusan Milosevic, universitair docent bij de Technische Universiteit Eindhoven. Hij begeleidt vanuit de TU het project 3gsip. Dit is een van de 3 projecten waarvoor professor Baltus, samen met het bedrijfsleven, subsidie kreeg vanuit de kenniswerkersregeling. Professor Baltus volgt het project nu meer op afstand, Milosevic werkt er dagelijks aan.

Wat is de winst van de kenniswerkersregeling?
“Op de universiteit loop je het gevaar om het praktische nut uit het oog te verliezen. Door de kenniswerkersregeling werken we intensief samen met bedrijven en leren we de randvoorwaarden die de industrie stelt om een technologie commercieel tot een succes te kunnen maken, beter kennen. Bijvoorbeeld: Hoe duur mag het zijn? Hoeveel stroom mag het verbruiken? Wat mogen de maximale afmetingen zijn?”

Wat is het doel van het project?
“We proberen een vermogensversterker te bouwen met een nieuwe technologie, namelijk de CMOS technologie in plaats van de Gallium-Arsenide technologie die nu gebruikt wordt. Met de nieuwe technologie kunnen we veel kleinere en goedkopere vermogensversterkers bouwen. Deze kunnen gebruikt worden voor de derde generatie mobiele telefoons waarmee je bijvoorbeeld kan internetten en tv kijken. We werken samen met het bedrijf Radio Semiconductor Corporation(RSC).”

Hoe verloopt de samenwerking met de mensen van RSC?
“Heel goed. We spreken dezelfde technische taal. En vanuit mijn stage kende ik een deel van de mensen al. Het is een klein wereldje. Ik vind het erg leuk en inspirerend om met hen samen te werken en volgens mij zijn de mensen van RSC ook heel enthousiast. Zij hebben eindelijk eens tijd om hun wetenschappelijke interesse uit te leven.”
 

 
 
 
Pulsjes die lucht zuiveren. En wonden helen.
 

Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek levert soms onvoorziene resultaten op. Dat blijkt bijvoorbeeld bij Elektromagnetische Vermogenstechniek. Het centrale onderzoekthema op dit gebied, vermogenselektronica, blijkt een enabling technology die verrassend genoeg zowel toepasbaar is op het gebied van het milieu, als in de medische wereld. De techniek laat bijvoorbeeld huidcellen sneller groeien, nuttig bij de behandeling van brandwonden.

Je zou het een toevalstreffer kunnen noemen: je zoekt iets en vindt iets waarnaar je niet op zoek was. Maar in het geval van de Elektromagnetische Vermogenstechniek (EMVT) klinkt dat iets te vrijblijvend. Neem het project Pulsed Power. Kort gezegd komt dat hierop neer: met IOP EMVT-geld werd vanaf 2002 een hoogspanningsmodulator ontworpen voor gebruik in de gepulste corona-technologie. Dat is een techniek waarbij deeltjes chemisch kunnen worden afgebroken met behulp van krachtige elektrische ontladingen. Zo’n modulator is een essentieel element en een buitengewoon complexe hoogspanningsbron. Piekvermogen, pulsfrequentie, pulssteilheid, efficiency; alles moet minutieus op elkaar zijn afgestemd. Het project werd een succes. De modulator werkte, de promovendus kreeg een prijs voor het beste proefschrift van TU/e en de weg was vrij voor interessante – en onvoorziene – toepassingen!

Brandwonden behandelen
“Kijk, dit is nou een leuke opbrengst van het IOP”, zegt dr. ir. Guus Pemen bescheiden. Pemen, werkzaam aan de Faculteit Electrical Engineering van de TU Eindhoven, heeft het over een toepassing in onverwachte hoek: de gepulste coronatechniek lijkt voor een doorbraak te gaan zorgen op – verrassend genoeg – het gebied van wondheling. Door pulsjes los te laten op cellen, blijkt het mogelijk die sneller te laten groeien. Dat is bijzonder interessant voor wondgenezing. Pemen: “Een kleine hoeveelheid cellen kun je met deze techniek laten uitgroeien tot gezonde huid, die bijvoorbeeld gebruikt kan worden bij de behandeling van brandwonden.” Het kweken van huid duurt nu zo’n vijf tot zes weken en is een dure klus vanwege het gespecialiseerde personeel en de high-tech uitrusting die ervoor nodig zijn. De nieuwe coronatechniek zou die tijd kunnen halveren. Pemen werkt nu samen met het Netherlands Genomic Institute en diverse academische ziekenhuizen om na te gaan of er geen nadelige gevolgen aan de techniek verbonden zijn. “Biomedisch gezien is het echt pionieren”, zegt Pemen. “Er zijn nog heel veel vragen niet beantwoord over de interactie tussen cellen en technologie. Wetenschappelijk gezien vind ik dat enorm intrigerend.”

Schoner boeren
Maar er is meer. “Met de gepulste coronatechniek creëren we koude ontladingen, een soort bliksem eigenlijk, waarbij de energie niet gaat zitten in warmte, maar in chemie. Daarmee kun je water of lucht behandelen, bijvoorbeeld verontreinigingen afbreken.” Een innovatie? “Een doorbraaktechniek zelfs! Neem een varkensstal. Die verspreidt een mengsel van allerhande stoffen, variërend van ammoniak en fijnstof tot virussen. Q-koorts bijvoorbeeld. Dankzij de coronatechniek kunnen we cocktails van problemen in één keer tackelen.”
Inmiddels is er een proefopstelling gebouwd waarmee ingenieursbureau Oranjewoud letterlijk de boer opgaat. Nu al is de belangstelling enorm bij agrarische bedrijven en andere ondernemingen die moeten voldoen aan milieunormen.

Verkeersuitstoot bestrijden
“In het lab en in semi-praktijktest hebben we laten zien dat we NOx, stikstofoxides met fijnstof, kunnen afbreken”, zegt Pemen. “Dat is zeer interessant als je het hebt over verkeersuitstoot.” Maar er zijn meer toepassingen denkbaar: luchtzuivering in autotunnels of parkeergarages bijvoorbeeld. Nadelen lijken er aan deze techniek niet te zitten: de schadelijke stoffen worden afgebroken en omgezet in zouten, die hergebruikt kunnen worden als kunstmest, in de glasindustrie of als strooizout. Er zijn nu plannen om een opstelling te bouwen bij een tunnel in Antwerpen. “2010 en 2011 worden cruciale jaren,” zegt Pemen. “We moeten nu laten zien dat het echt werkt. Als dat zo is, gaat het in vliegende vaart en hebben we een spin-offtechnologie die in duizenden bedrijven kan worden geïmplementeerd.”
 

 
 
 
Metershoge golven in een uniek bassin
 

Schepen gaan steeds sneller, worden steeds groter en vervoeren steeds meer vracht. Deze ontwikkelingen vragen om constante verbetering in de scheepsbouw. MARIN test schepen op schaal en doet, met FES-gelden, geavanceerd onderzoek naar verhoging van veiligheid en efficiency.

“Wij werken met een bassin van 250 meter lang, daar doen we onze proeven met schepen op een schaal van 1:20”, vertelt Arne Hubregtse, algemeen directeur van MARIN. In het bassin kunnen ze, ook op schaal, metershoge golven opwekken. Dat gebeurt met de zogenoemde Vacuüm Tank. Het klinkt als een jongensdroom: spelen met bootjes in het water. Hubregtse lacht: “Ja, wij zijn altijd weer verbaasd dat we hiervoor betaald krijgen.” Kinderspel is het zeker niet. Het onderzoek dat MARIN nu uitvoert draagt bij aan vermindering van energiegebruik en uitstoot en verhoging van de veiligheid. Hiervoor ontvangt MARIN FES-gelden (Fonds Economische Structuurversterking).

21 meter hoog
Wat onderzoek tot nu bemoeilijkte, was het nabootsen van de juiste luchtdruk. De Vacuüm Tank maakte het al mogelijk proeven te doen onder vacuümomstandigheden. MARIN werkt nu aan uitbreiding van de testmogelijkheden, door te investeren in golfopwekkers in deze faciliteit. Met de nieuwe functionaliteit kunnen golven van maar liefst 21 meter hoog worden nagebootst. Zo kan MARIN onderzoek doen naar bijvoorbeeld het lek raken van schepen, de gevolgen van golfslag op het gedrag van scheepsschroeven onder water. “Normaal zitten die schroeven zo’n 5 à 8 meter onder water. In de testsituatie is dat slechts 30 centimeter. Dat betekent dat in werkelijkheid de schroef onder veel lagere druk staat”, legt Hubregtse uit. “Wil je onderzoeken hoe het zit met slijtage en energieverbruik, dan zul je de werkelijke druk moeten nabootsen.”Met de uitbreidingen die MARIN nu ontwikkelt kunnen onderzoekers daarmee onderzoek in golven uitvoeren onder vacuümomstandigheden. Dit is uniek in de wereld. Daarmee ontstaat een veel betrouwbaarder model en zijn de resultaten van onderzoeken beter bruikbaar. “Uiteindelijk leidt ons onderzoek tot het bouwen van betere en veiligere schepen die ook nog eens minder brandstof nodig hebben. En een sterkere concurrentiepositie van de Nederlandse Maritieme sector.”

Uitdagingen
Om dit project te financieren, maakt MARIN gebruik van geld uit het FES. MARIN doet een groot deel van het onderzoek in opdracht van bedrijven. De subsidie van NL Innovatie maakt het mogelijk om veel extra uitbreidingen te ontwikkelen. In dit onderzoek gebruikt MARIN bestaande kennis en modellen. Het grote verschil met eerdere experimenten is dat de onderzoekers nu grotere systemen in vacuüm laten werken. Dat moet onbemand. “Daar zitten nog wel wat technische uitdagingen.”

De ontwerpfase van het project is nu achter de rug. Hubregtse verwacht in 2011 de investering te kunnen afronden.
 

 
 
 
Fotonica gaat ons leven veranderen
 

Sla groeit beter met blauw licht. En diabetespatiënten kunnen in de toekomst met licht hun bloedsuikerspiegel bepalen. Deze nieuwe toepassingen van licht werden besproken op het Fotonica Evenement 2010.

Laser, led-lamp en glasvezel: fotonica is overal om ons heen. En dat zal alleen maar toenemen, verwacht Bart Verbeek, voorzitter van de adviescommissie van IOP Photonic Devices. “In de 20ste eeuw heeft micro-elektronica ons leven sterk veranderd, in de 21ste eeuw zal fotonica dat doen.”

Fotonische technologie biedt oplossingen in veel verschillende sectoren. Maar bedrijven en instellingen weten elkaar nog niet altijd te vinden. Daarom organiseert het IOP-PD, in samenwerking met het Mikrocentrum en het Photonics Cluster Netherlands, jaarlijks het Fotonica Evenement. Dit jaar namen 665 mensen deel aan het evenement, 10 procent meer dan vorig jaar. Ook het aantal stands nam toe.

Blauw licht
Verbeek is onder de indruk van de toepassing van fotonica in de groenteteelt. Veel groente, onder andere sla, wordt in kassen gekweekt. Met de juiste hoeveelheid en kwaliteit licht kan de opbrengst flink verhoogd worden. Uit onderzoek van ingenieursbureau Croppings blijkt bijvoorbeeld dat sla beter groeit met blauwer licht. Door het toepassen van leds kan het licht blauwer worden gemaakt. Zo kan er meer groente op de plek van consumptie worden geproduceerd wat scheelt in de transportkosten. Ook verbruiken led-lampen veel minder energie dan normale lampen.

Kankercellen
Belangrijke toepassingen van fotonica ziet Verbeek ook in de medische sector. Diabetespatiënten kunnen bijvoorbeeld hun bloedsuikerspiegel bepalen door met UV-licht door hun huid te schijnen. Prikken is dan niet meer nodig. Ook bij het operatief verwijderen van tumoren wordt fotonica gebruikt. Door fotonische technieken kunnen kankercellen licht geven, waardoor artsen precies zien welke cellen ze moeten wegsnijden.

Europa
Ook de Europese Unie is doordrongen van het belang van fotonica. Vorig jaar merkte de Europese Commissie fotonica aan als een van de ‘key enabling technologies’ van Europa. Ronan Burgess, programmamanager Fotonica van het directoraat Information Society and Media van de Europese Commissie: “Binnenkort zal er meer onderzoeksgeld beschikbaar komen op het gebied van fotonica. Ook voor Nederlandse bedrijven.”

Netwerken
Het Fotonica Evenement wil vooral breed zijn. Iedereen in Nederland die iets met fotonica doet of wil doen, is welkom. “Mensen moeten elkaar leren kennen en hun ideeën uitwisselen. We hopen dat ze elkaar laten zien hoe fotonica hun probleem heeft opgelost en we zien ook dat dit gebeurt!” Net als voorgaande jaren bezochten veel studenten het evenement. Het IOP vindt het belangrijk om studenten te inspireren. “Hbo’s hebben het onderwerp fotonica laten liggen, terwijl mkb-bedrijven zitten te springen om mensen met ervaring in het fotonische veld.”

Samenwerking
Omdat fotonica zo breed toepasbaar is, wordt er ook gekeken naar samenwerking met andere innovatieprogramma’s. Het IOP-PD ziet kansen in de samenwerking met Point One [http://www.point-one.nl], een samenwerkingsverband van high-tech bedrijven en kennisinstellingen op het gebied van nano-electronica, embedded systemen, en mechatronica. “Fotonica kan niet zonder elektronica. En andersom kan fotonica elektronica enorm versterken.” Ook wil Verbeek graag meer contact met een NWO-programma dat nieuwe instrumenten voor de gezondheidszorg ontwikkelt, waaronder fotonisch georiënteerde. Ook bij innovatieprogramma’s gericht op duurzaamheid ziet hij kansen.
 

 
 
 
TAPAS maakt vliegtuigen lichter, goedkoper en veiliger
 

Goedkoper, taaier, brandveilig en goed te recyclen: een consortium van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen ziet een grote toekomst voor thermoplasten in de vliegtuigbouw. Met het project TAPAS gaan ze dat aan de wereld bewijzen.

Thermoplasten zijn een nieuwe generatie kunststof composiet materialen, die bestaan uit twee bestanddelen: een thermoplast matrix en flexibele koolstofvezels. De matrix smelt bij verhitting en kan zo worden gemodelleerd in elke gewenste vorm, de vezels zorgen voor stevigheid.

Voordelen
Dit materiaal heeft een hoop voordelen ten opzichte van de conventionele kunststoffen die in de vliegtuigbouw worden gebruikt, betoogt Arnt Offringa, directeur R&D bij Fokker Aerostructures en voorzitter van de stuurgroep van TAPAS: “Thermoplasten zijn eenvoudig te bewerken door ze te laten smelten en vervolgens stollen. Dat zorgt voor lagere productiekosten.”

Een ander pluspunt is dat het materiaal taaier is dan zijn concurrenten. “Er is minder kans op schade als er bijvoorbeeld een karretje tegen een vliegtuig rijdt. Daardoor kunnen ontwerpers met dit materiaal lichtere constructies gebruiken. Bovendien zijn thermoplasten brandveiliger. Anders dan bij de meeste kunststoffen vat het materiaal bij brand geen vlam en komen er geen rook en giftige gassen vrij. Ten slotte zijn thermoplasten goed te recyclen. Je kunt ze omsmelten voor een laagwaardigere toepassing, bijvoorbeeld een bankje in het park.”

Grotere onderdelen
Nederlandse partijen hebben samen met Airbus al veel research gedaan naar de mogelijkheden en thermoplasten worden ook al wel in vliegtuigen gebruikt. “Maar dan gaat het om kleine onderdelen. Airbus en wij willen nu kijken hoe we de technologie kunnen toepassen in grotere onderdelen, langer dan 6 meter, die zwaar worden belast.” Dat gebeurt in het project Thermoplastics Affordable Primary Aircraft Structures (TAPAS). Het ministerie van EZ heeft hiervoor 6,6 miljoen euro beschikbaar gesteld.

“Airbus zoekt naar toepassing van het materiaal in de romp van zijn vliegtuigen”, vertelt Offringa. “De romp kun je zien als een enorme opgeblazen ballon, zo dun als een eierschaal. Thermoplasten zijn een goede keus hiervoor, omdat het materiaal taai en brandveilig is. Airbus maakt zelf de huid van deze ‘eierschaal’. Wij onderzoeken hoe we deze stijver kunnen maken. Kunnen we de verstijver het beste ertegenaan lassen of is het beter deze mee te smelten?”

De Nederlandse partijen werken bovendien aan een andere concrete toepassing: een torsiedoos. “Dat is een constructie die de torsie op verschillende plaatsen in een vliegtuig kan opvangen. Denk aan de kleppen op de staart en de roeren. Theoretisch kun je hem ook voor de vleugels gebruiken, maar dat is nog toekomstmuziek, gezien de enorme afmetingen en de gigantische krachten die hier spelen.” Begin 2011 moet het concept van zo’n torsiedoos klaar zijn.

Overtuigen
Daarmee heeft het consortium dan het eerste bewijs in handen om de rest van de vliegtuigwereld te overtuigen. “Het gebruik van thermoplasten voor grotere onderdelen is nog uniek in de wereld. Andere partijen spannen zich in om conventionele kunststoffen verder te verbeteren, maar wij kiezen voor ‘haasje over’. Omdat ons idee afwijkt van wat gangbaar is, wordt het nog niet met open armen ontvangen. Eerst zien, dan geloven, is de houding om ons heen.”

De Nederlandse bedrijven hopen zich met het project in de kijker te spelen voor toekomstige projecten van Airbus. “Als Airbus nieuwe vliegtuigen gaat ontwikkelen met deze techniek, willen we dat ze eerst aan ons denken. De vliegtuigindustrie in Nederland is te klein om hele toestellen te bouwen, maar op deze manier kunnen we geld verdienen door er mooie elementen uit te halen.”

Naast Airbus en Fokker Aerostructures maken de volgende partijen deel uit van het consortium: Airborne Technology Centre, Dutch Thermoplastic Components, KvE Composites Group, Technobis Fibre Technologies, TenCate Advanced Composites, Technische Universiteit Delft, Universiteit Twente.
 

 
 
 
Gas winnen op de zeebodem: snel en simpel
 

Gasvelden ontginnen, op meer dan 800 meter beneden zeeniveau en het ter plekke zuiveren. Dit is geen toekomstmuziek, dit gaat vroeg of laat gebeuren. Het bedrijf Twister BV ontwikkelde hiervoor, met Eureka-subsidie, de supersone gascycloon en gaat die nu stap voor stap in de markt zetten.

Gasvelden die diep in de zee gelegen zijn, kunnen niet worden ontgonnen met platforms op de zeebodem. Drijvende of halfdrijvende platforms zijn dan nodig en dat maakt het zo kostbaar dat van winning vaak wordt afgezien. Of bedrijven winnen gas vanuit een put en transporteren dat onbehandeld naar het vaste land voor bewerking. “Dat gebeurt nu bijvoorbeeld al in Noorwegen”, vertelt Marco Betting, teamleider Research & Development bij Twister BV. Risico van die manier van gaswinning is de continuïteit. “Bijvoorbeeld door het vele water dat met het gas meekomt kunnen de leidingen makkelijk dichtvriezen. Dit soort risico’s zijn onwenselijk. Bij brandstoffen wil je immers een gegarandeerde toevoer.”

Risico
Twister ontwikkelde een compact apparaat dat het gewonnen gas direct scheidt van water en andere stoffen: de Twister® supersone gascycloon. Daarmee kan het gas, gezuiverd en al, naar het vaste land worden getransporteerd. “Dit apparaat is verrassend simpel”, licht Betting toe. “Het is een statisch apparaat waardoor er geen as afdichtingproblemen zijn zoals dat met draaiende apparatuur het geval is.” Dat maakt het mogelijk om het apparaat op een afgelegen plek, bijvoorbeeld de zeebodem, te laten opereren, zonder al te veel risico’s. “Als je op grote diepte moet werken, zijn er altijd risico’s, maar een ramp als bij BP staat los van deze manier van gaswinning, immers het BP incident vond plaats tijdens de boorfase. Als de put eenmaal geïnstalleerd is en je gaat het gas via ons apparaat zuiveren en transporteren, zijn de risico’s miniem.”

Laatste stap
Twister BV ontving de Eureka-subsidie voor de uitwerking van het concept. “Met de subsidie konden we sneller aan het werk en hebben we een voorsprong gekregen.” Inmiddels is de gascycloon getest op een offshore platform in Maleisië. Commerciële Twister units opereren in Maleisië, Nigeria en Brazilië. Nu is het tijd om te onderzoeken of het werkt op de zeebodem. “Daar ligt voor ons de uitdaging:” De Braziliaanse gasproducent Petrobras wil letterlijk in zee gaan met Twister en heeft budget vrijgemaakt voor plaatsing van de Twister® gascycloon op de zeebodem. “We moeten nu de laatste stap in de ontwikkeling zetten en laten zien dat het ook werkt op meer dan 800 meter waterdiepte.” Omdat het project de testfases glansrijk heeft doorstaan en de gaswinning op het land voorspoedig is verlopen, verwacht Betting geen grote technische problemen in de laatste fase. “De enige directe bedreiging vormt transport van ongezuiverd nat gas. Als nu zou blijken dat deze manier van gaswinning voldoende betrouwbaar is en goedkoper, dan wordt het voor gasbehandeling op de zeebodem lastiger, hoewel de voordelen van droog gas transport blijven.”

 

 
 
 
7 stellingen over industriepolitiek
 

Prof. dr. ir. Maarten Steinbuch, Technische Universiteit Eindhoven

Nederland heeft baat bij een sterke industriepolitiek. Een nationale strategie in internationaal perspectief, waarin we zeggen wat we doen, en ook durven te zeggen wat we niet doen. Innovatie versterken door ambities te stimuleren en samenwerking te borgen. Focus en massa, internationale topposities. Klinkt mooi, maar hoe krijgen we het echt voor elkaar? Een paar persoonlijke overwegingen, in de vorm van een aantal stellingnames.

  1. Langetermijnonderzoek en industriegericht onderzoek zijn goed te combineren. Belangrijk hierbij is een goede partnerkeuze!
  2. Publiceren en ontwerpgericht onderzoek gaan goed samen! Topkwaliteit in ontwerpen is net zo goed geschikt voor wetenschappelijke tijdschriften.
  3. De kenniswerkersregeling is een groot succes. Laten we de best practices verzamelen en uitwerken in een toekomstgericht format voor publiek-private samenwerkingsstructuren.
  4. Co-locatie heeft echt waarde: afstand bepaalt al snel de mate van vertrouwen in relaties.
  5.  Het onderwijs is nog te veel ontkoppeld van goed onderzoek en zeker van innovatieagenda’s.
  6. Valorisatie is een derde kerntaak van de universiteiten. We moeten nog leren de mogelijkheden daarvan ten volle te benutten. Meer studenten stimuleren een eigen bedrijf op te zetten, is hiervan een belangrijk onderdeel.
  7. Investeren in kwaliteit alleen is niet noodzakelijk efficiënt. Het moet met focus en massa, en in aansluiting op de hele keten.

Al deze gedachten nodigen uit tot verdere reflectie en leiden tot meer vragen. De wereld om ons heen verandert snel. Wat is ons unique selling point? Waar zijn we echt goed in? Welke combinatie van technologieën geeft ons meerwaarde? Een sterke visie en leiding zijn onontbeerlijk. Met een nieuwe manier van samenwerking kunnen we grote stappen zetten. Daarom moet publiek-private samenwerking een wezenlijk onderdeel van de industriepolitiek zijn.
 

 
 
 
Tenderagenda
 

Een overzicht van de tenders van NL Innovatie:


Food and Nutrition Delta (FND) 

  • Food & Nutrition Delta (FND), haalbaarheid > 1 januari t/m 8 oktober 2010 (1 miljoen euro)
    meer informatie 
  • Food & Nutrition Delta (FND), MKB-innovatieprojecten > 1 januari t/m 8 oktober 2010 (3 miljoen euro)
    meer informatie 


 HTAS

  • High Tech Automotive Systems (HTAS), doorbraakprojecten > 1 februari t/m 1 oktober 2010 (4 miljoen euro)
    meer informatie 
  • High Tech Automotive Systems (HTAS), internationaal > 1 februari t/m 10 september 2010 (3 miljoen euro)
    meer informatie


Innowator 

  • InnoWator, internationaal > 8 februari t/m 29 oktober 2010 (2 miljoen euro)
    meer informatie 


IOP
 

  • Uitgewerkte voorstellen: IOP Genomics > 21 juni t/m 17 augustus 2010 (0,25 miljoen euro) 
  • Uitgewerkte voorstellen: IOP Photonic Devices > 15 augustus t/m 17 september 2010 (4,75 miljoen euro)


Logistiek

  • Dinalog / Innovatieprogramma Logistiek & Supply Chains: De tweede oproep voor R&D voorstellen is open, de deadline is 15 september 2010, 16.00u.
    meer informatie   


Maritiem

  • Vierde tender Maritieme Innovatieprojecten > open 1 juli 2010, sluiting 13 september 2010, 17.00 uur.
  • Vierde openstelling MKB-projecten > open 1 juli 2010 op volgorde van binnenkomst tot het budget op is maar uiterlijk 29 oktober, 17:00 uur.
     

 

 
 
 
 
Agenda

geen agenda entries

 
Tender
Volledige tender IOP Generieke Communicatie > 10 februari t/m 5 maart 2010 *** Volledige tender IOP Self Healing Materials > 15 januari t/m 26 februari 2010 *** Volledige tender IOP Maritiem > 12 februari t/m 12 maart 2010 ***
 
Valeur nieuwsbrief
Valeur is een uitgave van SenterNovem
www.senternovem.nl